Varkensvlees uit de scharrelwei

Om in onze jaarlijkse behoefte aan varkensvlees te voldoen, hebben we elk jaar gemiddeld 20 varkens nodig. De varkens leven op de boerderij tot het moment dat ze slachtrijp zijn. De huidige varkens zijn gekocht bij de lokale varkensfokker ‘Goodtimes Pork’. 

De varkens die we nu hebben is een mix van drie rassen (Tamworth, Duroc, Piétrain). Deze biggen hebben niet het predikaat biologisch, maar er wordt alles aangedaan ze zoveel mogelijk biologisch op te laten groeien. In de komende jaren willen we nieuwe biggen bij dezelfde fokker afnemen, zodat ‘transport-stress’ kan worden vermeden. Bijkomend voordeel is dat we hiermee de lokale inbedding van de boerderij verder bevorderen. En minder transport past binnen de circulaire gedachte. Er is een vergunning voor 25 varkens, dat aantal halen we niet. We streven er naar twee kuddes naast elkaar te hebben. Elk met acht dieren. Ze leven gemiddeld negen maanden op de boerderij.

Zelfvoorzienend

Eten doen de varkens zoveel mogelijk van eigen grond. Een deel ervan bestaat uit oogstresten, de rest scharrelen de dieren zelf bij elkaar of koopt de boer aan. Op de akkerbouwpercelen, staan maïs en zonnebloemen. Na de oogst worden deze gewassen opgeslagen en later aan de dieren gevoerd.
Feitelijk is de hele boerderij eetbaar, en dus willen we de dieren ook op akkers inzetten (groenbemesters, aardappelen). Verder biedt de fruitboomgaard hen valfruit. Ook kunnen varkens terecht bij de vruchtdragende inheemse bomen zoals hazelaar, kastanje en eik. Elk najaar ligt er dan weer een verse lading noten, kastanjes en eikels op ze te wachten.